“Vanochtend op de camping in Clifden spraken we een man die twee Nederlandse fietsers had ontmoet die al een jaar onderweg zijn, ‘fietsvierders’ of zoiets?”
Fietsvierders? Fietsvirus! Dat zijn wij! Het Nederlandse fietskoppel van wie we dit horen heeft vast en zeker Albert gesproken. Albert en Harriëtte zijn we op drie verschillende campings tegen gekomen. De eerste keer anoniem wanneer zij tijdens hun avondwandeling onze fietsen zien staan, wij liggen dan al in ons tentje en Ties hoort ze zeggen “Dat zijn vast Nederlanders”. Telkens wanneer we elkaar daarna treffen volgt er een gezellig praatje voordat onze wegen weer scheiden. Zij verder met kampeerbus en veel wandelen, wij op de fiets en veel fietsen.
Twee dagen hebben we door de Burren gefietst. Een bijzonder gebied met een bijzonder mooi landschap. Onderweg stoppen we nog even om een blik te werpen aan de andere kant van een van de vele muurtjes. De ene na de andere orchidee zien we in volle bloei staan. Ontdek je er een dan zie je al snel de volgende en nog meer. Uiteindelijk stappen we toch maar weer op om verder te gaan naar Galway, anders komen we daar nóóit aan.









We stemmen de routes af op de plaatsen waar een camping is te vinden. In Galway wegen we af welke route we zullen nemen naar Clifden. Maken we er een lange afstand van of kiezen we voor een andere route en maken er twee kortere afstanden van? Dan horen we van het Nederlandse fietskoppel dat zij in één keer van Clifden naar Galway zijn gefietst, vierennegentig kilometer, glooiende weg, half elf vertrokken en om vijf uur aangekomen, wel met wind in de rug. Dan moet dat voor ons toch ook haalbaar zijn ook al hebben wij waarschijnlijk tegenwind!?!
De volgende ochtend gaan we al vroeg op pad naar Clifden. De pas die we over gaan? Daar hebben ze ons niets over verteld! Soms is de weg glooiend maar meestal niet, ervaren zij de weg zo anders dan wij? We dachten na al die kilometers toch wel wat gewend te zijn!
Nog dertig kilometer en dan zijn we in Clifden, denken we … Het verkeersbord vertelt ons echter wat anders: Clifden zevenenvijftig kilometer! We begrijpen er niets van, we volgen immers de aangegeven route. Aan de wind kan het verschil in kilometers niet liggen. Er zit niets anders op om nog even door te trappen. We fietsen de hele dag al door een eenzaam, verlaten gebied met turfvelden en plukjes schaap. Onverwacht komt er een supersnelle, kleine roofvogel voorbij: een smelleken! Trappen en genieten, meer hoeven we niet te doen.


Een Chileen uit Dublin haakt onderweg bij ons aan. Na een aantal kilometers haakt hij ook weer af. In Clifden zien we elkaar weer bij de Lidl: “I am tired en hungry.” Nou, wij zijn ook moe en hongerig na een tocht die langer uitpakte dan gedacht met honderdzeventien kilometer in plaats van vierennegentig kilometer maar … meer dan de moeite waard!
’s Avonds kijken we nog eens wat er anders is gelopen, het Nederlandse koppel moet wel de normale weg langs de kust hebben gevolgd terwijl wij over de kleine wegen geslingerd hebben.

Er volgt een hoognodige wasdag! Met een tas vol was fietsen we naar de benzinepomp in Clifden waar een wasmachine- en drogerautomatiek is. Ondanks de wind werkt het weer helaas niet mee op onze wasdag met miezerbuien die elkaar afwisselen en we maken dan ook graag gebruik van de droger. Ondertussen brengen we een bezoek aan onze favoriete supermarkt.

Tussen alle voornamelijk bewolkte dagen piept er soms onverwacht een zonnige dag tussendoor met een strakblauwe lucht. “Haya!”, “What a Lovely day!”, de Ieren begroeten ons als oude bekenden. Het altijd zonnige humeur van de Ieren heeft niets te lijden onder het wisselvallige weer.

Anderhalve meter, we komen het nog dagelijks tegen in Ierland maar dan in het verkeer. Iedereen op de weg houdt zich keurig aan de regel van anderhalve meter afstand van fietsers bij het passeren en anders blijven ze rustig achter je hangen. Het geeft ons in ieder geval een veilig gevoel. Uitgerekend een touringcar die ‘Effe weg’ is uit Nederland gaat ons rakelings voorbij…

We worden wakker met regen, pakken alles in met regen en vertrekken met regen.
De gezellige Schotse spraakwaterval die ook al aardig wat jaren op een Santos rond fietst en met wie we een gezellige tijd hebben gehad blijft nog wat langer in Clifden. Gesprekstof was er genoeg en onze Schot blijft maar praten: met ons, in zichzelf en waarschijnlijk ook nog in zijn slaap. Na een hartelijk afscheid stappen we op maar dan krijgen we op de valreep nog een waarschuwing mee voor het weer. In de loop van de dag wordt er nog meer regen en wind verwacht, zelfs stormachtig. Snel besluiten we om twee bedden te regelen in een hostel en we nemen de kortste weg naar Westport om de storm voor te blijven.
Na de koffie komen we dertig kilometer tot Westport niets meer tegen. Bij gebrek aan bushokjes om te schuilen eten we ons brood in het portaal van een kerk. Om half drie komen we lekker nat in Westport aan. Als we een uur later gedoucht, opgewarmd en droog de kleine stad in lopen is de wind niet erger en de regen minder. De voorspelde storm lijkt vooralsnog een storm in een glas water te zijn.




