In Spanje schijnt de zon weer en langzaam maar zeker komen we dichter in de buurt van Santiago de Compostella. Ondertussen verzamelen we ijverig stempels in ons pelgrimspaspoort.


In Padron zien we steeds meer wandelaars, nog drieëntwintig kilometer te gaan naar Santiago de Compostella maar wij draaien af naar Fisterra oftewel Finisterre. Hier dachten de Romeinen dat de wereld ophield en tegenwoordig is hier het eindpunt van de Sint Jacobsroute.
Dit eindpunt is voor ons het begin van het einde. Na Fisterra en Santiago de Compostella gaan we naar ons eindpunt dat in Uden ligt. Hoe we weer naar huis slingeren gaan we nog bekijken.

De deur van de herberg in Fisterra is gesloten, wanneer we aanbellen verschijnt er boven ons een warrig hoofd uit het raam, “Ik kom er aan”. Zo te zien hebben we iemand bij zijn middagslaap gestoord maar de deur gaat open en de fietsen zijn net zo welkom als wij zelf. Er zijn geen andere gasten en het is vooral kkkkkoud. Ties vindt op een van de andere kamers een elektrische kachel en verhuist die naar onze kamer. Eten, douchen en dan snel in bed kruipen om warm te blijven.





De volgende dag in Negreira lijkt er genoeg accomodatie voor een overnachting. Dat lijkt zo maar de ene na de andere herberg blijkt gesloten en gaat pas in april weer open. Op zoek naar alternatieven blijkt ook het ene na het andere hotel gesloten te zijn. Gelukkig is er nog een herberg municipal net buiten het dorp die het hele jaar is geopend. Even denken we opnieuw de enige gasten te zijn maar dan druppelen de wandelaars binnen, alleen, met z’n tweeën en een groepje van drie. Als vanzelf splitsen zij zich op over de twee slaapzalen. Italianen op de ene slaapzaal, wij met Spanjaarden op de andere.
’s Avonds kruipen wij als eerste in onze slaapzakken en niet veel later liggen we tussen ronkende Spanjaarden. Een van de Spanjaarden is in slaap gevallen bij een Spaanse soap op zijn telefoon. Het programma duurt en duurt en duurt terwijl de Spanjaard snukt en snurkt en snurkt. De Italianen, alleen of met z’n tweeën en samen heel gezellig met heel veel Italiaans, zoeken pas uren later hun slaapzaal op en laten ons dan meegenieten van hun luidruchtige gesprekken. Niet veel later is het doodstil alsof er iemand in Italië op de ‘uit’ knop heeft gedrukt. De Spaanse soap blijft ondertussen gewoon doorspelen.
De volgende ochtend staan wij als eerste beneden kort daarna gevolgd door de Spanjaarden. Boven bij de Italianen blijft het nog stil totdat een wekker met het trompetgeschal van een ochtendreveille de zaal wakker maakt. De Italianen staan meteen weer op ‘aan’.


Acht uur in de ochtend, na weinig slaap toch uitgerust, stappen we met een mooie lucht en vier graden op de fietsen voor de laatste kilometers naar Santiago de Compostella. Naarmate de uren verstrijken wordt het warmer en warmer, de beklimmingen en tegenwind doen er nog een schepje bovenop. Onze fietskleren snakken naar een wasbeurt en anders wij zelf wel.

We fietsen moeiteloos de stad in, nu op zoek naar de kathedraal. De laatste vijfhonderd meter krijgen we ongevraagd hulp van een oudere Spanjaard, hij heeft ons waarschijnlijk al rond zien kijken en is ons gevolgd. Als wij opnieuw zoekend stil staan spreekt hij ons aan en vertelt waar we de kathedraal kunnen vinden, het is maar een klein stukje lopen. “Fijn, dankjewel!” en we lopen verder totdat we ons afvragen welke straat rechts we moeten hebben en ‘plop’ daar staat ons mannetje weer. Druk gebarend met een “Ik zei nog …” naar de straat wijzend die we in moeten lopen. Terwijl we braaf de aangewezen weg volgen blijft hij achter ons staan en knikt goedkeurend. Dan, recht voor onze neus, boven de huizen uit zien we de torens van de kathedraal: gevonden! Met een gevoel van trots staan we na veertienduizendzevenhonderdzesendertig fietskilometers op het plein voor de kathedraal in Santiago de Compostella.

Voor de laatste stempel gaan we naar het pelgrimskantoor waar we ook ons pelgrimsdiploma kunnen halen. Dat gaat nog niet zo eenvoudig ook al is het vandaag rustig en zien we geen andere pelgrims voor of achter ons. QR-code scannen, digitaal document invullen, nummertje trekken, wachten op je beurt maar dan hebben we ons pelgrimsdiploma!
















Met de fietsen veilig in de tuin bij het appartement en de kleren in de wasmachine, gaan we in een warme zon de stad verkennen. Een bezoek brengen aan de binnenkant van de kathedraal mag dan natuurlijk niet ontbreken. We steken een kaarsje aan voor Toon, die het niet meer gegund was om een voettocht naar Santiago de Compostella te ondernemen… In gedachte steken we ook nog een kaarsje aan voor iedereen thuis en een voor de mensen die we onderweg hebben ontmoet, in het bijzonder voor de Oekraïnse reisgenoten…
