30 oktober 2021

Het waait nog even hard als de dag ervoor maar om nog een dag in Rio zonder iets te blijven zien we niet zitten. Bovendien hebben we aan een rustdag voldoende gehad. Vol goede moed fietsen we naar de kade voor een veerboot. Helaas liggen alle boten nog steeds werkeloos te deinen op het water. De man bij de kaartjeskiosk stuurt ons naar de brug.

Daar gaan we, op naar de brug, niet met de trappen voor voetgangers omhoog dat is te veel gesjouw maar over de weg en bij de oprit naar de andere kant van de vangrail. Tassen eraf, fietsen tussen de vangrails door, tassen erop en lopen tot het poortje waar de trappen voor voetgangers uitkomen. Het poortje is natuurlijk op slot dus: opnieuw tassen eraf, fietsen over het poortje tillen, tassen erop. Voordat we de kans krijgen om de tassen aan de fiets te hangen worden we teruggefloten door een medewerker van de Griekse Rijkswaterstaat die met zijn busje heen en weer rijdt over de brug, loerend op zwartlopers. We mogen absoluut niet over de brug, ook niet lopend. “Neem maar een taxi” is de boodschap. Met hulp van een Griekse voetganger die ook niet verder mag dragen we onze fietsen en bagage de trappen af. Tassen erop en dan???

Aan de andere kant van de weg worden bij het hotel vanaf het balkon onze verrichtingen gevolgd door het internationale fietsclubje die vandaag ook naar de overkant willen. Zij zijn de avond van te voren aangekomen. Twee gezinnen: moeder Japans, vader Engelse Griek of Griekse Engel, zoontje Japans/Grieks/Engels en moeder Frans, vader Engels, dochter en zoon Frans/Engels/Grieks. De talen wervelen door elkaar.

We fietsen terug naar het hotel waar de eigenaar met glimmende oogjes enthousiast vraagt: “Another night?”
Daar staan we dan negen fietsers die dolgraag naar de overkant willen maar niet verder kunnen. Er worden taxibedrijven gebeld maar die hebben geen mogelijkheden om de fietsen te vervoeren.
Wij besluiten de bus te proberen, twee fietsen lukt misschien nog wel. Op de kade is het vechten tegen de wind om niet tussen het afval in de berm te belanden. Het bushokje ligt er stil en verlaten bij, nergens is te zien of er een bus komt en wanneer.
We proberen een lift te regelen. In de buurt van de kade spreken we bestuurders aan. Na drie pogingen (taalprobleem, geen interesse, helaas maar aan het werk) fietsen we naar een camper. Deze keer is het raak! Een Spaans echtpaar dat geen woord Engels, Duits of Frans spreekt maar begrijpt wat we bedoelen wil ons wel meenemen. De fietsen kunnen achterop de fietsendrager en wij met de bagage in de camper.
Herinneringen aan onze lift in Noorwegen, van Holm naar Fauske, met Bianca en Tiemo komen naar boven.
Met onze zeer beperkte Spaanse woordenschat, cerveza, Rioja en muchas gracias, weten we toch nog een aardig gesprek te voeren. Aan de overkant nemen we afscheid van de Spaanse Bianca en Tiemo.

“muchas gracias”
de overkant, eindelijk

Twee en een half uur later en vier kilometer verder kunnen we eindelijk gaan fietsen!
Nadat de wind ons flink heeft tegen gewerkt gaat het ons nu weer voor de wind. Met dezelfde windkracht die ons belemmerde naar de overkant te komen vliegen we nu vooruit.
Een mooie weg langs de kust en aan de andere kant de bergen waar we veel buizerden zien zweven.
Aan het eind van de dag worden we in Mesolongi getrakteerd op grote groepen grote en kleine zilverreigers, flamingo’s en een paar ijsvogeltjes. Het gebied heeft veel weg van de Camargue in Frankrijk.

We komen steeds meer fietsers tegen die richting Athene gaan. Regelmatig wordt er een praatje gemaakt “Where are you from?” en ervaringen uitgewisseld. Zo weten we dat we op onze route een tunnel tegenkomen van anderhalve kilometer lang onder een zeestraat door die niet voor fietsers toegankelijk is. We horen verschillende oplossingen: gewoon door fietsen en bij de tolpoort op je donder krijgen maar dan ben je er al door. Dat werkt alleen vanaf de noordkant maar wij starten bij de tolpoort. Andere mogelijkheden zijn de bus of een taxi, we gaan het zien.

Bij de tol wordt nog eens duidelijk: fietsers mogen niet door de tunnel. We krijgen het telefoonnummer van een taxibedrijf. Het kost wat moeite om uit te leggen wat de bedoeling is en waar we staan. Vervolgens worden we nog een keer terug gebeld en gevraagd waar we precies staan maar dan kan er over tien minuten een taxi zijn. Er stopt een busje naast ons: de taxi, dat is snel! Nee, geen taxi maar een Grieks echtpaar dat aanbiedt om ons mee te nemen naar de overkant. Uh, maar wat doen we dan met de taxi? Prompt wordt Ties weer gebeld door het taxibedrijf met opnieuw de vraag waar we nu precies staan, wij kunnen nu zeggen dat de taxi niet meer nodig is. Hup, fietsen, bagage en fietsers achterin het busje. Als zwartrijders gaan we de tunnel door en na vijf minuten stappen we aan de overzijde weer in de zon. Ditmaal geholpen door de Griekse Bianca en Tiemo!

“sas efcharisto”