29 september 2021

In frisse kleding, op schone fietsen rijden we de dijk langs de Tisza weer op. Het lijkt wel een zondag op de Maasdijk in Nederland, veel fietsers en terrasjes. Totdat tien kilometer verderop de fietsers omkeren om hun rondje af te ronden en wij de rivier verder volgen.

Bij een smalle brug mogen we wachten om honderden motorrijders ronkend voorbij te laten, het lijkt wel of heel motorrijdend Hongarije is opgetrommeld voor deze rit. In alle soorten en maten zien we motoren en hun berijders langs komen: groot, klein, licht, zwaar, oud, jong, snel, stoer.

Het fietsen over de dijk, de grote lege vlaktes, wind in de rug en vooral rechtdoor zorgen ervoor dat we flink door kunnen trappen. De dorpjes die we passeren liggen er stil bij, de winkeltjes gesloten, behalve een bankje waar we onze koffie drinken en koeken eten is er weinig te vinden. ’s Middags maken we de keuze tien of dertig kilometer verder. We vinden een gezellige b&b in een klein dorp en houden het bij tien kilometer, morgen is er weer een dag.

De winkeltjes in het dorp zijn allemaal gesloten op zondag, ook het plaatselijke restaurant is dicht maar bij de ‘beach’ aan de rivier is nog wel een hamburger of langos te krijgen. Twee aardige dames die geen woord Engels spreken doen hun best om het ons naar de zin te maken. Langos? Er wordt snel een voorbeeld getoond, soort pizza maar dan met een hele andere bodem en wat er op komt, ruik maar even in de potten.
Na drie dagen ongeveer honderdzestig kilometer fietspad over de dijk en wind in de rug gaan we over de weg verder. We zien meer fietsers en er zijn meer fietspaden waarschijnlijk omdat het landschap vlak is. Jammer dat de fietspaden niet allemaal even goed worden onderhouden, af en toe worden we zo door elkaar geschud met al die hobbels en gaten dat het gladde wegdek ernaast wel heel verleidelijk is.

Na drie keer door de straat te zijn gefietst bellen we naar de b&b om de weg te vragen. Via de telefoon fietsen we een vierde keer door de straat en worden we naar de woning geloodst, nu de sleutel nog halen bij het restaurant aan de overkant. Daar wordt meteen de administratie afgehandeld terwijl opa toekijkt. Als we naar onze kamer worden gebracht aan de overkant van de straat loopt opa mee. Daar kan hij zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en wil wel eens weten hoever we hebben gefietst. Ties laat hem onze route zien en dan is hij toch wel onder de indruk. Als we de volgende ochtend het dorp verlaten worden we nagestaard door de bewoners die al op pad zijn. We beseffen weer eens dat de mensen in deze omgeving geen buitenlanders en toeristen gewend zijn. Opa kan in ieder geval zijn verhaal over die twee vreemdelingen kwijt aan wie het horen wil.

De grote verschillen tussen dorp en stad vallen op als we in Szeged aankomen. Een mooie moderne Hongaarse stad met veel Art Deco gebouwen tegenover de dorpjes met de watertappunten, kleine kruidenierswinkels en huizen met alle ruimte erom heen. Waar we in de dorpen tevergeefs een terras zoeken struikel je in Szeged over de terrassen.

We naderen de grens en nemen dankbaar afscheid van Hongarije voor de vele lange fietspaden die voor ons zijn uitgerold, de aardige mensen die hun best hebben gedaan om die twee grijze vreemdelingen te begrijpen, het lekkere eten en de fijne bedden.